
De Orde van St. Jacob in Holland
Voor het laatst was de pracht en praal te zien toen de middeleeuwse ridders van de Orde van Sint Jacob na eeuwen weer in het daglicht verschenen. In de Maskerade( 1845) te Leiden werd op veler verzoek hieraan gehoor gegeven en alles voelde zó echt dat het leek als of Floris V zich weer als ‘der keerlen God’ onder het volk toonde.
De instelling van de Orde van St. Jacob, een schitterend hoogtepunt, uit de vaderlandse historie is met enige regelmaat een bron van ergernis en discussie geweest. Maar waarom, mag Nederland niet beseffen dat ook zij een graaf had, wiens vader Rooms-koning was en dat Floris ook die vorstelijke weg in zou inslaan? En juist in die tijd bij een dergelijke grafelijke doorluchtigheid past een ridderorde.
De Orde van St. Jacob in de huidige tijd kan de kritiek doorstaan. De Orde wordt door de leden in stand gehouden om zowel historische, als sociaal maatschappelijk redenen. Floris V kende andere motieven, wellicht minder maatschappelijk bedoeld, in ieder geval wel overwogen in zijn politieke denken. Met de keuze van een beschermheilige wilde hij zich aan St. Jacob verbinden, een krachtig verdediger van het geloof, in de Bijbel genoemd de meerdere en een geliefd apostel. Deze naam was niet onbekend in zijn tijd. St. Jacob behoorde tot een aanbeden heilige (voor pelgrimgangers) en die ook in de huidige tijd in veel straten te lezen is, zelfs door verzorgingshuizen en kerken als schutspatroon gekozen. In 1170 was de Spaanse Militaire Orde van St. Jacob en het zwaard opgericht. Deze naam behoorde tot een militaire Orde, met het doel voor het christelijk geloof te strijden, maar deze opzet had Floris niet. Floris stelde zonder pauselijke bul een ridderorde in en later zou blijken dat in feite geen enkele Nederlandse ridderorde met een pauselijke zegen is ingesteld.
Pelgrims naar Frankrijk en Spanje kennen maar één beschermer St. Jacob. De gelovige Floris had een uiting van sterkte en gezag nodig en koos Jacobus als beschermheer. Was het ter ere van zijn jong overleden vader om ten strijde te trekken tegen de opstandingen in Kennemerland die zijn vader zo wreed hadden gedood. Of zou hij hebben overwogen de Orde te gebruiken ter ere van zijn huwelijk met Beatrijs van Vlaanderen? Dit brengt ons terug naar het stichtingsjaar 1279.
De officieel aangehouden stichtingsdatum van de Orde is 1290 (naar Butkens). In de Orde werden 12 ridders ingezegend door bisschop elect Jan van Nassau.
De twaalf waren; Lancelot, heer van Hamilton; Godevaert, heer van Boichholt; Henderick, graaf van Henneberg; Dierick, graaf van Cleve; Dierck, heer van Brederode; Jan VII heer van Heusden; Jan IX, heer van Arckel; Otto van Arckel, heer van Asperen en Heusden; Dirk, heer van Lijnden; Jacob, heer van Wassenaar; Gijsbrecht, heer van Amstel en Hugo, heer van Vianen. Deze eerste edelen die Floris V in zijn orde opnam behoorden tot de voornaamste adellijke geslachten en ontvingen de eer als een beloning voor hun verdienste en trouw in voldane plicht. Dat Herman van Woerden en Jan van Teylingen en IJsselstein moesten wachten moge het verloop van de historie verduidelijken. Het was niet alleen een groots gebaar van Floris maar een weloverwogen slimme zet met de gepaste eer een aantal lieden in te palmen en door hun trouw te binden zo dat hij weinig tegenwerking kon verwachten. Het was een uithangbord voor buitenlandse vorsten, en met de graaf van Hennenburg een contact met de Duitse Orde. Duidelijk gericht om de banden met Engeland te verstevigen en vrienden te zoeken in de Duitse gebieden. In het hertogdom Gelre in het oosten, de ridders van Arckel , van Lynden en van Kleef; en van Heusden in Brabant.
Jan van Wassenaar in het zuiden van Holland, Brederode in het noorden. Geen benoemde ridders in Vlaanderen, waarmee Floris ondanks zijn huwelijk al jaren op gespannen voet leefde. Voor wat betreft Zeeland waren de heren van Borssele en van Renesse de eersten die zouden volgen, echter er was te veel onmin in die tijd. Met van Heusden had Floris een afhankelijkheid gecreëerd binnen Brabant. De hertog van Brabant was de leenheer van Jan van Heusden. In Gijsbrecht zag Floris toch de machtigste tegenstander die hij met een ridderorde kon binden.
De Nederlandse geschiedschrijving is niet altijd nauwkeurig geweest. Wisselend zijn er zijn stukken verloren gegaan, flarden van overgebleven of soms heel nauwkeurig gedocumenteerd. Ook bleven er slechts losse fragmenten over om tot een beeldvorming te komen. Daar kwam bij dat de eerste geschiedschrijvers niet onpartijdig waren en slechts orders van hun meerdere uitvoerden. Over het vertrouwen dat de Orde van St. Jacob nog eeuwen zou voortbestaan is nauwelijks iets vastgelegd. Helaas geeft deze onvolledigheid in latere jaren aanleiding tot vragen en dispuut. Vragen waar is het charter gebleven? Wanneer was het toernooi? Waarom heeft Melis Stoke, de grafelijke geschiedschrijver van Floris V over het toernooi geen documenten gemaakt? Ondanks veel naspeuren zijn de vragen niet te beantwoorden en blijven het mysteriën die bij zoveel ridderorden worden aangetroffen.
De Grootmeester droeg een schelpenketting, gemaakt van vijf jakobsschelpen. Later zijn afbeeldingen van 7 schelpen te zien, Thomas de Roeck, (Heraldicus uit de 17e eeuw). In de huidige vorm zijn er 12 schelpen te zien. Op de familiewapens van de eerste St. Jacobsridders zijn geen veranderingen aangebracht. Toch treffen we in Zeeland wapens met Jacobsschelpen. Het wapen van een ridder van Souburg droeg vroeger jacobsschelpen. Het huidige wapen is in 1842 door de Hoge Raad van Adel bevestigd. Vele schelpen op wapens duiden vaker op een pelgrimage van een voorvader maar het komt nog al eens voor dat de reden van plaatsen niet is te achterhalen . Sinds de middeleeuwen is er een verband met St. Jacob en de schelp ontstaan, de reden hiervan is ook niet vastgelegd, mogelijk dat de schelp langs de kust richting geeft en de mooiste uitleg is de metafoor dat de lijnen ( ribben) van de Jacobsschelp pelgrims routes zijn die allen in een punt bijeenkomen.
Met de komst van de Orde van St. Jacob aan het einde van de kruistochten was er geen reden om nog een hospitaalorde in te stellen, mogelijk dat vanuit de devotie een idee zou kunnen groeien om de toekomstige pelgrims te beschermen, maar de Orde van st. Jacob moet zuiver gezien worden als een Hollandse Orde gericht op prestige, gezag en ondergeschiktheid aan de Grootmeester.
Documentatie in de kronieken in de 16e eeuw is niet toereikend om goede beeldvorming van de Orde te krijgen, de Divisie kroniek spreekt over het ridderen van 40 ryckste ende oirbare Huysluiden op eerste kerstdag in die hoege Sael in den Haege (de Ridderzaal), voor of na de institutie van de Orde van St. Jacob wordt zowel in de uitgave van Aurelius de divisiekroniek ( 1517) en van Mieris 1740 druk van handschrift 1316) niet vermeld . Petit geeft in 1601 opheldering en beschrijft het gedragen collier van de Orde des graven, het medaillon met de schelpen en vermeldt ruim 50 ridders.
Ridderorden lijken in de late middeleeuwen niet meer interessant genoeg om te beschrijven maar in de tachtig jarige oorlog ontstaat weer vaderlandsliefde met behoefte aan heldendaden en helden zoals Floris V.
Christofoor Butkens ( 1626) is de centrale figuur in de overdracht van de basisinformatie omtrent de Orde, zijn genealogie van de familie van Lynden vormt de ondersteuning van de informatie om te begrijpen hoe de Orde is ontstaan vanuit een weloverwogen besluit de feestelijke dag met een toernooi te laten beginnen. Zijn informatie is door velen overgenomen en aangevuld.
In het charterboek van Thomas de Rouck ( 1673) siert weer de schelpen ketting met de H’s en zo wordt de informatie van de Orde in de zeventiende eeuwse kronieken regelmatig in boeken vermeld.
De negentiende eeuw is literair volop met de Orde begaan. Belangstelling voor zeer oude ridderorden ontstaat wanneer Lodewijk Napoleon een nieuwe orde wil stichten, de orde van de unie, maar die orde blijft slechts 3 jaar in leven. In 1814 wordt Nederland begiftigd met een nieuwe koning Willem I die ter ere van zijn regeren verzoekt tot instelling van een militaire en civiele orde. Na 500 jaar lijkt het even of de voorgestelde Orde van St. Jacob weer een plaats in het koninkrijk gaat krijgen. De Hoge Raad van adel adviseert een nieuwe naam: de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Volgens de katholieke encyclopedie zou de Orde rond 1580 opgehouden hebben te bestaan, waarmee aangegeven is dat de reformatie een katholieke gezindheid niet toestond. Charters van heroprichting zijn niet in archieven aanwezig , met gevolg dat aannames van heroprichting of sluimerende continuering een punt van discussie blijven. Over een protestantse tak zoals gevormd in de toen aanwezige militaire orden is niets bekend.
Vanuit de Hoge Raad van Adel is tussen 1825-1827 veel discussie ontstaan omtrent het geslacht van Lijnden, Butkens en de Orde van st. Jacob. Vanaf de dertiger jaren komt er aanvaarding en het loslaten van discussie over storende details. Vanaf die tijd zal een verbondenheid tot uiting komen in de historie over Floris V en de Orde. Ondersteund vanuit de historische archieven voeren de H.H. studenten der Hogeschool Lieden een maskerade op over de instelling van de Orde van St. Jacob.
Van Lennep, Hofdijk en meerdere romantici beschrijven de ridderslag en de installatie van de ridders in de Orde van st. Jacob in hun werken en geschiedenisboeken. In een tweede maskerade van 15 thema’s komt in 1885 de Orde van St. Jacob weer terug.
Veel namen verbonden aan de Orde zijn door mondelinge overdracht gearchiveerd. Door het ontbreken van afbeeldingen zijn er nauwelijks bewijzen hetgeen als een gemis wordt ervaren. Afgaande op afbeeldingen in buitenlandse literatuur is vrijwel zeker dat de ketting met medaillon aangevuld werd door een te dragen lint en nadien kwam het bij veel ridderorden bekende Maltezer kruis. Verzamelde afbeeldingen van draagtekens van ridderorden zijn zeldzaam in de Nederlandse historie. Pas in de 19e eeuw bestond hier uitgebreidere belangstelling voor.
Heroprichtingen van ridderorden en service clubs zijn begin twintigste eeuw vanuit het sociale gevoel en de romantiek bekend. De Orde van St. Jacob kende voordien al overdracht van het grootmeesterschap . Vóór de tweede wereldoorlog zijn bescheiden registraties van respectabele namen als ridders in het archief te vinden. Wellicht aangebracht door geestelijken en notabelen die de historische waarde van de Orde beseffen en overdracht willen garanderen. De Duitse bezettingsjaren vormen een grote tegenslag door overval op vermeend verzet en met de onderdrukking is het moeizaam opgebouwde archief vernietigd.
’s Gravenhage is trots op de ridderzaal en de daaraan verbonden historie van de Orde van St. Jacob. De in het Rijksmuseum bewaarde staalgravure van Floris en zijn ridders gemaakt door Willem Steelink (1836-1913) is eerder uitgegeven in het volksleven van Jacob van Lennep e.a. Deze gravure wordt regelmatig gebruikt om den Haag met het gravenhuis te verbinden.
Wij als leden van een ridderorde trachten een uitbeelding te geven van de Orde van St. Jacob die in de huidige tijd een plaats heeft gekregen als Orde van Sint Jacob in Holland , overgenomen uit de 19e eeuw met overdracht van het grootzegel.
De doelstelling blijft eerlijkheid en waarheden handhaven, het gedachtengoed voort te zetten en uitbeelding geven aan wat de vaderlandse geschiedenis over ridders in een ridderorde te bieden heeft. Echter zonder pretenties van adel of registratie als zodanig. De Orde gaat uit van de in 1815 ontstane scheiding tussen adel en ridderorde en streeft naar ridderschap in engere zin als leden van een broederschap. De plichten zijn te zorgen voor elkaar en anderen die zorg behoeven voor zo ver dat in ons vermogen ligt.
In het verleden hebben enkele activiteiten hier toe bijgedragen zoals het inrichten van de vitrine in het Museum te Rijnsburg een herdenkingsplaquette van 900 jaar Orde van St. Jacob in het Muiderslot in de Floriskamer .
- In 2001 heeft de gemeente Rijnsburg met de inzet van ridders in Rijnsburg gesteund vanuit de Orde een waardig standbeeld van Floris V opgericht en dit prijkt nu op het plein voor de vroegee abdij en kerk.
- Vele leden hebben een pelgrimage gemaakt naar Santiago de Compostela, niet vanuit de Orde maar op eigen initiatief. De meesten zijn dan ook aangesloten bij het sympathieke genootschap van St. Jacob.
- Een verhandeling als bijdrage in een Nieuwsbrief over bestaansgeschiedenissen van ridderorden zal jaarlijks geschieden vanuit onze wetenschappelijke sectie door onderzoek. Een bescheiden poging documentatie te verzamelen en te publiceren voor het algemeen belang. Uitgangspunt is de herinnering aan de in 1290 ingestelde Orde van St. Jacob, met riddergeslachten die een uitleg verdienen in de periode van hun welvaart om tot een beter begrip te komen van ridders en de middeleeuwen.
- Vanuit de Sectie Historisch Onderzoek Hollant wordt naast de boven beschreven literatuur bewerking ook gewerkt aan onderwijsprogramma’s over de riddertijd en de middeleeuwen.
Onze maatschappelijke bijdrage is in kleine donaties aan instanties tot behoud van het ridderlijk erfgoed St. Muiderberg en Floris V, de Kanselarij der Nederlandse orden enz. Goede doelen jeugdopvang , Stichting Yoppa, St. ambulancewens en Hospices waar individuele leden bij betrokken zijn.
Wij tonen u geen geheim genootschap met besloten vergaderingen of bijeenkomsten in gesloten ruimtes, maar een open Orde voor iedereen die interesse heeft en die een positieve bijdrage kan leveren.
Voor uitgebreide documentatie wordt verwezen naar de Nieuwsbrief van 2023 onder studia Historica Hollandiae.
Amstelveen 2026